22 juli 2007

Het sociaal statuut van de voetbaltrainer

door K. Nevens

1. Toen de juridische commissie van de Franse Ligue de Football Professionnel (LFP) besloot de arbeidsovereenkomst tussen Guy Roux en voetbalclub RC. Lens niet te homologeren, ontstond er over de landsgrens heel wat commotie. De commissie beriep zich op artikel 653 uit La Charte du Football Professionnel (een soort collectieve arbeidsovereenkomst), die een maximumleeftijd van 65jaar oplegde aan voetbaltrainers. Guy Roux viel met zijn 68 levensjaren uit de boot/arbeidsmarkt.

De beslissing van de LFP was onderhevig aan heel wat kritiek. Zelfs president Sarkozy mengde zich in het debat ten voordele van Roux. De voetbaltrainer zelf dreigde dan weer juridisch alles uit de kan te zullen halen: een verplaatsing naar het Hof van Justitie te Luxemburg werd niet uitgesloten. Ook het Franse Olympisch Comité (CNOSF) dat ter verzoening tussenkwam, formuleerde in een advies bedenkingen bij de rechtsgeldigheid van de leeftijdsbepaling uit het Charter. Uiteindelijk plooide de LFP.



"Le Bureau [...] a accepté la proposition de conciliation du
CNOSF proposant l'homologation du contrat de Guy Roux à titre dérogatoire,
compte-tenu des doutes exprimés sur la légalité de la limite d'âge imposée aux
entraîneurs et de l'expérience professionnelle remarquable de l'intéressé.
Dans le même temps, le président de la LFP, Frédéric Thiriez, demande aux
partenaires sociaux d'entamer dans les meilleurs délais le nécessaire travail
d'actualisation de la Charte du Football Professionnel. "
2. In België worden de arbeidsovereenkomsten voor voetbaltrainers sedert het K.B. van 15 december 2006 (B.S. 27 december 2006) geregeld door de wet van 24 februari 1978 betreffende de arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars. Deze wet voorziet in enkele afwijkende bepalingen ten opzichte van het gemeen arbeidsovereenkomstenrecht, vooral wat betreft de duurtijd en de opeenvolging van contracten van bepaalde duur.

Nu de voetbaltrainers zijn opgenomen in het personele toepassingsgebied van de beruchte wet van 1978, kunnen er omtrent hun rechtspositie ook gerichte collectieve arbeidsovereenkomsten worden afgesloten in het Nationaal Paritair Comité voor de Sport (PC nr. 223).

Het opleggen van een maximumleeftijd lijkt nochtans uit den boze, rekening houdende met de batterij aan Europese en nationale regelgeving inzake anti-discriminatie. Zo verbiedt artikel 3 van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling, bij werving van personeel een maximumleeftijdsgrens te hanteren of vast te stellen.

Geen opmerkingen: