Posts tonen met het label zondagsrust. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zondagsrust. Alle posts tonen

19 oktober 2008

PC-shopping bij Carrefour

door Koen Nevens

1. Sociale onrust bij Carrefour. De vakbonden hebben immers ernstige bezwaren tegen de juridische constructie die Carrefour opzette om een hypermarkt te vestigen in een nieuw winkelcentrum te Brugge (B-Park).

Op 20 november 2007 richtten de NV Carrefour en de" NV GB Retail Associates immers een nieuwe naamloze vennootschap op, genaamd Ekeren Retail Associate die, volgens de oprichtingsakte onder andere tot doel had om, voor eigen rekening, distributie- en dienstenformules te exploiteren, die in het algemeen bekend zijn onder verscheidende benamingen, zoals "warenhuizen", "supermarkten", "hypermarkten", "shopping centers" en "drug stores". (Bijlage BS 30 november 2007).

Medio juni 2008 werd de naam van deze vennootschap evenwel veranderd in Brugge Retail en werd het maatschappelijk doel heromschreven tot activiteiten in de kleinhandel van algemene voedingswaren, tabakswaren, schoeisel, textiel, meubilair, luxeartikelen, papierwaren, speelgoed, enzovoort. Tenslotte werd ook de maatschappelijke zetel overgebracht van Evere, waar ook de NV Carrefour is gevestigd, naar Brugge (Bijlage BS 3 juli 2008).

Op sociaalrechtelijk vlak werd de onderneming die door deze vennootschap wordt gevoerd, ondergebracht in het paritair comité nr. 202.1 (paritair subcomité voor de middelgrote levensmiddelenbedrijven, onderdeel van het PC voor de bedienden uit de kleinhandel in voedingswaren) en niet het PC nr. 312 voor de warenhuizen. Volgens een woordvoerster van Carrefour was dit nodig omdat B-Park is gelegen in een toeristische zone en derhalve ook op zondag open moet kunnen zijn. Een andere woordvoerder van die onderneming hield het dan weer bij feit dat deze operatie noodzakelijk was om de nieuwe winkel levensvatbaar te maken en 150 nieuwe jobs te creëren.

2. Wat de reden ook moge wezen, het gevolg van dit 'maneouvre' is dat de personeelsleden van Carrefour Brugge tewerkgesteld worden aan andere, over het algemeen minder gunstige arbeidsvoorwaarden dan de personeelsleden in andere Carrefour-winkels. Ter illustratie, overeenkomstig een CAO van 22 maart 2008 uit het PC nr. 202.1 is een bediende van 20jaar gerechtigd op een minimummaandloon van 1193,66 euro (excl. indexeringen). Een CAO van 27 augustus 2007 uit PC nr. 312 bepaalt voor diezelfde werknemer een minimummaandloon van 1371,51 euro (exl. indexeringen).

Fijn detail is dat in de CAO ter bezegeling van het interprofessioneel akkoord 2007-2008 in PC nr. 312 door de sociale partners werd overeengekomen dat een paritaire werkgroep ingesteld die als doel heeft de overeenstemming te onderzoeken van de loonschalen van de PC's
202, 311 en 312 met de verschillende antidiscriminatiewetgevingen en meer bepaald met de Richtlijn 2000/78/EG en de Wet van 25 februari 2003, gewijzigd door de Wet van 20 juli 2006.

PC-shoppen of het kiezen van een paritair comité

3. Het fenomeen van het PC-shoppen is niet nieuw, maar hierbij wordt meestal gedacht aan die gevallen waarbij een onderneming, door nevenactiviteiten te outsourcen aan een andere - eventueel vennootschaprechtelijk gelieerde - onderneming, met als gevolg dat de personeelsleden van die ondernemingen niet (langer) aan dezelfde arbeidsvoorwaarden worden tewerkgesteld. Wanneer deze operatie wordt doorgevoerd met betrekking tot bestaande personeelsleden dat moet rekening worden met CAO nr. 32bis (overgang van onderneming) en artikel 20 van de CAO-wet, dat bepaalt: "Wanneer een onderneming geheel of gedeeltelijk wordt overgedragen, moet de nieuwe werkgever de overeenkomst die de vroegere werkgever bond, eerbiedigen totdat zij ophoudt uitwerking te hebben." Als multinationale onderneming een nieuwe winkel openen door een aparte dochtervennootschap op te richten, deze onder te brengen in een ander PC en vervolgens meer dan 100 personeelsleden aan te werven aan andere arbeidsvoorwaarden dan gangbaar voor alle andere personeelsleden in het land, is nu een nieuw voorbeeld voor de hoorcolleges arbeidsrecht.

In deze zaak rijst spontaan de vraag of de keuze voor PC nr. 202.1 eigenlijk wel rechtsgeldig is. Wanneer de interpretatieve nota van de administratie met betrekking tot algemene voedingswinkels bij de hand wordt genomen, dan ruikt een Carrefour-hypermarkt, zelfs wanneer hij in Brugge is gelegen, toch sterk naar PC nr. 312. Het komt uiteraard aan de werkgever, in samenspraak met het sociaal secretariaat, toe de eerste keuze te maken. Maar wat als hij zich (moedwillig) vergist?

4. De vakbonden kunnen ongetwijfeld een advies van de Algemene Directie van de Collectieve Arbeidsverhoudingen uitlokken, maar dit advies is niet bindend. Enkel de arbeidsgerechten kunnen een uitspraak doen over de toepasselijke CAO's en het toepasselijk paritair comité. Dit kan naar aanleiding van een individueel geschil. Sedert de wet van 3 december 2006 zou ook de arbeidsauditeur ambtshalve een burgerlijke vordering kunnen instellen teneinde de inbreuken op wetten en verordeningen die behoren tot de bevoegdheid van de arbeidsgerechten behore en die het geheel of een deel van de werknemers van een onderneming betreffen, te doen vaststellen (art. 138bis, §2 Ger.W.).

Openen op zondag in toeristische centra versus in de distributiesector

5. De noodzaak om op zondag te kunnen openen zou voor Carrefour een doorslaggevende reden zijn geweest om een ander paritair comité te kiezen.

In de distributiesector geldt nochtans een afwijkende regeling betreffende de zondagrust. Het KB van 3 december 1987 is van toepassing op de werkgevers en werknemers van verschillende paritaire comités, waaronder het Paritair Comité voor de handel in voedingswaren, met uitsluiting van de werknemers die zijn tewerkgesteld aan activiteiten van de groothandel in voedingswaren, het Paritair Comité voor de zelfstandige kleinhandel, het Paritair Comité voor de levensmiddelenbedrijven met talrijke bijhuizen, het Paritair Comité voor de grote kleinhandelszaken en het Paritair Comité voor de warenhuizen.

6. Belangrijker evenwel dat Brugge een toeristisch gebied is (Ministerieel besluit van 8 december 1988, BS 16 december 1988), hetgeen inhoudt dat werkgevers die een kleinhandelszaak uitbaten hun werknemers op zondag mogen tewerkstellen:
- vanaf 1 mei tot 30 september;
- gedurende de Kerst- en Paasvakantie in het door de Gemeenschappen ingericht, gesubsidieerd of erkend onderwijs;
- buiten de in 1° en 2° bedoelde periodes,gedurende ten hoogste dertien zondagen per kalenderjaar
a) waar tijdens het weekeinde een toevloed van toeristen plaats heeft
ingevolge het bestaan van bezienswaardige of bekende plaatsen van
culturele, historische of religieuze aard of van natuurschoon;
b) waar manifestaties plaatsgrijpen, zoals bedoeld bij artikel 66, 26°, van de arbeidswet van 16 maart 1971. (art. 1-3 KB 9 mei 2007 (BS 3 juli 2007), zoals aangevuld bij KB 28 september 2008 (BS 3 oktober 2008).

Het staat dus buiten kijf dat er in toeristische gebieden en aan de kust meer op zondag mag worden gewerkt indien er sprake is van een kleinhandelszaak. Een verandering van paritair comité is mijns inziens hiervoor niet noodzakelijk, al zal de statutaire doelomschrijving in termen van kleinhandel en de keuze voor een paritair comité van de bedienden in de kleinhandel in voedingswaren, wel deel uitmaken van de batterij aan argumenten die ertoe strekken de toepassing van het KB van 9 mei 2007 af te dwingen.



01 april 2007

Wekelijkse rustdag en zondagsrust: meer dan een aprilvis...

door K. Nevens

1. Vandaag, 1 april, meldde "De Zondag" (een krant elke zondagmorgen te verkrijgen bij zowat elke Vlaamse bakker) op haar hoofdpagina dat een nieuwe 'Europese wet' de bakkers vanaf 1 mei van dit jaar zal verplichten om 's zondags vanaf 9u30 te sluiten. Initiatiefnemer van deze onpopulaire 'wet' zou het Duitse europarlementslid Gutsche zijn geweest.

Los van de juridische onnauwkeurigheden (er bestaat niets zoals een 'Europese wet'; allicht bedoelde de auteur een verordening of een richtlijn (die dan wel omgezet zou moeten zijn geweest door een Belgische wet), lieten ook enkele andere zaken vermoeden dat het hier om een 1-aprilvis gaat. Zo bestaat de Duitse europarlementariër Gutsche niet, neemt UNIZO geen standpunt in op haar website en vooral, blijkt de geïnterviewde bakkersvrouw Maria Devisch te heten.

2. Hoewel 'Europa' dus niet onmiddellijk het opleggen van een wekelijkse rustdag voor kleine zelfstandigen schijnt te overwegen, moet worden toegegeven dat het onderwerp de laatste maanden en jaren niet onbesproken is gebleven, dit vooral in samenhang met het verbod om op zondag werknemers te werk te stellen.

Zo werd de Gentse bakkerij Aernoudt op 24 januari laatstleden veroordeeld tot het betalen van een boete wegens het niet naleven van wekelijkse rustdag. De bakker en het Liberaal Verbond voor Zelfstandigen startten prompt een petitie genaamd "vrije openingsuren".

In Limburg voeren de gemeente Maasmechelen en de outlet-store 'Maasmechelen Vilage' een strijd tegen het verbod om 's zondags werknemers te mogen tewerkstellen. Deze regeling en de uitzonderingen daarop vindt men terug in de Arbeidswet (16 maart 1971). In een eerste fase weigerde de bevoegde minister om hoger vernoemde gemeente te erkennen als toeristisch centrum, hetgeen 'Maasmechelen Village' op basis van een Koninklijk Besluit uit 1966 toegelaten zou hebben ondermeer van Pasen tot en met 30 september en tussen Kerst en Nieuwjaar personeel op zondag tewerk te stellen. In een tweede fase wimpelde de minister ook een individuele én een sectorale aanvraag tot afwijking van het verbod op zondagsarbeid af. Met betrekking tot deze individuele aanvraag oordeelde de Raad van State (arrest nr. 150.532, 24 oktober 2005; nr. 165.503, 4 december 2006) echter reeds tot tweemaal toe dat de beslissing van de minister om procedurele redenen ongeldig was en bijgevolg vernietigd moest worden.

3. Op 1 maart van dit jaar trad de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening in werking. Deze wet komt ondermeer de wet van 22 juni 1960 tot invoering van een wekelijkse rustdag in ambacht en nering, te vervangen. Op enkele uitzonderingen na, blijft het principe van de wekelijkse rustdag evenwel behouden. Vooral de uitzonderingen (bijvoorbeeld voor tankstations) zijn sommige zelfstandigen en hun belangenorganisaties een doorn in het oog.

In de media werd ook gemeld dat de regering een ontwerp van koninklijk besluit klaar heeft ter vaststelling van objectieve criteria om toeristische centra aan te duiden. Het eerder vermeld Koninklijk Besluit van 1966 is thans echter nog steeds in voege en geeft uitvoering aan artikel 14, §2 Arbeidswet dat handelt over de zondagsrust voor werknemers in badplaatsen, luchtkuuroorden en toeristische centra. Dit KB geeft aan de Minister de bevoegdheid om nader te bepalen welke gemeente moet worden beschouwd als een toeristisch centrum. Zo werd de vroegere gemeente Scherpenheuvel op 11 januari 2006 door minister Van Velthoven nog als zodanig erkend. Ondertussen voeren verschillende in hoofdzaak christelijke middenveldorganisaties onder het motto "Laat onze zondag met rust" actie tegen de afkalving van de zondagsrust en de opkomst van de 24-uren-economie.

4. Ter afronding moet de rechtspraak van het Arbitragehof in herinnering worden gebracht. In de arresten nr. 70/92 en nr. 45/93 maakte het Hof duidelijk dat het opleggen van een verbod om werknemers op zondag tewerk te stellen niet discriminatoir is ten opzichte van zelfstandigen, die binnen de grenzen door de wet afgebakend, vrij hun wekelijkse rustdag kunnen kiezen. In deze arresten werd ook duidelijk gesteld dat de niet-toepassing van de bepalingen inzake de zondagsrust op onder andere foorondernemingen en familiebedrijven het gelijkheidsbeginsel niet schendt. Dit laatste werd ook bevestigd in arrest nr. 19/94.

In arrest nr. 52/95 oordeelde het Arbitragehof dan weer dat de uitzondering ten bate van tankstations gelegen aan de autosnelwegen om een verplichte wekelijkse rustdag in te lassen, evenmin een schending van het gelijkheidsbeginsel uitmaakt en objectief gerechtvaardigd is: "Dank zij de ingestelde uitzondering kan de gebruiker van een autosnelweg zijn weg daarop vervolgen zonder bevoorradingsmoeilijkheden te moeten vrezen die hun oorzaak vinden in de omstandigheid dat een langs de autosnelweg gelegen tankstation gesloten is vanwege de verplichting een wekelijkse rustdag te respecteren. Wanneer hij immers voor een gesloten tankstation zou staan, zou hij vaak niet in de onmiddellijke omgeving een open tankstation kunnen bereiken, dit zowel wegens de eigen aard en inrichting van het autosnelwegennet als wegens de mindere bekendheid van de automobilist met de streek die hij doorreist."