11 maart 2009

Hoe vormvrij kan een sociaal verzekerde beroep aantekenen tegen een vonnis van de arbeidsrechtbank?

GwH 11 maart 2009, nr. 51/2009.

1. Bij het Arbeidshof te Bergen werd hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de Arbeidsrechtbank te Charleroi, waarin een beslissing wordt bekrachtigd waarbij de Dienst tegemoetkomingen aan personen met een handicap beslist een beslissing de desbetreffende tegemoetkoming niet toe te kennen. De Belgische Staat, de FOD Sociale Zekerheid (Dienst tegemoetkomingen aan personen met een handicap), geïntimeerde partij, voert voor het Arbeidshof aan dat het document dat door de griffie van het Arbeidshof werd beschouwd als een verzoekschrift in hoger beroep, onmogelijk kan worden geïnterpreteerd en dat het geen verzoekschrift in hoger beroep kan zijn. Het Arbeidshof stelt vast dat het document niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 1057 Ger.W., en dat het beroep bijgevolg nietig moet worden verklaard. Het Arbeidshof wijst niettemin erop dat uit artikel 704 Ger.W. volgt dat wanneer een persoon met een handicap in eerste aanleg zijn vordering instelt bij de arbeidsrechtbank, hij dat kan doen bij een informeel verzoekschrift; het Arbeidshof heeft dan ook vragen bij de redenen die rechtvaardigen dat diezelfde persoon zich in hoger beroep moet onderwerpen aan de zeer strikte voorwaarden die op straffe van nietigheid zijn bepaald in artikel 1057 Ger.W. en stelt een prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof.

Met die vraag wordt het Hof verzocht te oordelen over de bestaanbaarheid van die bepaling met de artikelen 10 en 11 GW, al dan niet in samenhang gelezen met artikel 23 ervan en met artikel 6 EVRM, in zoverre zij categorieën van rechtzoekenden die zich in een fundamenteel verschillende situatie zouden bevinden, identiek behandelt : enerzijds, de rechtzoekenden die in artikel 704, § 2 Ger.W. worden beoogd, en anderzijds, de andere rechtzoekenden die zijn verwikkeld in burgerlijke procedures in zaken die buiten de in dat artikel opgesomde aangelegenheden vallen.

2. Artikel 704, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat in de in de artikelen 508/16, 579, 6°, 580, 2°, 3°, 6°, 7°, 8°, 9°, 10° en 11°, 581, 2°, 582, 1° en 2°, en 583 opgesomde zaken, de vorderingen worden ingeleid bij een verzoekschrift waarvoor geen enkele vormvoorwaarde geldt vermits de artikelen 1034bis tot 1034sexies Ger.W. niet op dat verzoekschrift van toepassing zijn. De geschillen waarvoor die vereenvoudigde procedure van gedinginleiding geldt, zijn hoofdzakelijk geschillen inzake toekenning van prestaties van sociale zekerheid of hulpverlening aan achtergestelde personen.

Het verzoekschrift waarin artikel 704, § 2 Ger.W. voorziet, werd op verzoek van de minister van Tewerkstelling en Arbeid in het ontwerp van Gerechtelijk Wetboek ingevoegd (Parl. St. Senaat 1964-1965, nr. 170, 123) in het kader van het deformaliseren van het sociaal procesrecht met als doel het uitsparen van gerechtsdeurwaarderskosten, het behoud van een soepele wijze van inleiding die gangbaar is voor de administratieve rechtscolleges, en het vermijden van de rechtspleging voor rechtsbijstand.

Door, in afwijking van het gemeen recht, het mogelijk te maken een zaak voor de arbeidsrechtbank te brengen volgens een uiterst vereenvoudigde procedure zonder enige formele voorwaarde, in de in artikel 704, § 2 Ger.W. opgesomde zaken, heeft de wetgever rekening gehouden met het specifieke karakter van het betrokken contentieux waarin het auditoraat tussenkomt, alsook met de bijzondere situatie van de rechtzoekenden – die zich over het algemeen in een zwakke positie bevinden tegenover het formalisme van de procedure – die een beroep moeten doen op de rechter om de sociale prestatie waarop zij aanspraak maken, te verkrijgen.

3. Het behoort volgens het Grondwettelijk Hof tot de beoordelingsbevoegdheid van de wetgever te beslissen of dezelfde "gedeformaliseerde" procedure moet worden toegepast in hoger beroep, dan wel of daarentegen, zelfs in de beroepen die betrekking hebben op de zaken die zijn opgesomd in paragraaf 2 van artikel 704 Ger.W., het gemeen recht van de procedure dient te worden toegepast en, meer bepaald, de vereisten van artikel 1057 Ger.W. met betrekking tot de akte van hoger beroep.

In de prejudiciële vraag wordt niettemin erop gewezen dat de sociaal verzekerden "die hun beroep aanvankelijk op de meest informele manier konden instellen in eerste aanleg, in zekere zin bedrogen en ontredderd zijn door de vereiste die plots wordt opgelegd door […] artikel 1057 zodra zij hoger beroep aantekenen".

Het vonnis waarbij over dat verzoekschrift uitspraak werd gedaan, werd bij gerechtsbrief ter kennis gebracht van de verzoekende partij, overeenkomstig artikel 792, tweede lid Ger.W. en, met toepassing van het derde lid van hetzelfde artikel, vermeldde de begeleidende brief "de rechtsmiddelen, de termijn binnen welke dit verhaal moet worden ingesteld evenals de benaming en het adres van de rechtsmacht die bevoegd is om er kennis van te nemen". In die begeleidende brief werd echter niet aangegeven dat de verzoekende partij, die in eerste aanleg niet moest voldoen aan de vormvereisten van artikel 1034ter Ger.W., in hoger beroep wel moest voldoen aan de vergelijkbare vereisten van artikel 1057 van hetzelfde Wetboek.

Doordat het ertoe kan leiden dat het hoger beroep dat door een sociaal verzekerde in de beschreven omstandigheden wordt ingesteld, onontvankelijk wordt verklaard, heeft artikel 1057 Ger.W. volgens het Hof onevenredige gevolgen. In zoverre, in zulke omstandigheden, noch artikel 792, derde lid, noch enige andere bepaling van het Gerechtelijk Wetboek voorziet in de verplichting om, in de begeleidende brief bij de kennisgeving van het vonnis, de vormvoorwaarden te vermelden waaraan de akte van hoger beroep moet voldoen, wordt de persoon die in die omstandigheden hoger beroep instelt zonder verantwoording op dezelfde wijze behandeld als de persoon die, vanaf de aanvang van de procedure, moest voldoen aan de vormvereisten van artikel 1034ter Ger.W. In die mate is er volgens het Grondwettelijk Hof dus een schending van het gelijkheidsbeginsel.

Geen opmerkingen: